Leidt u ook aan Infobesitas?

Rob Latten, 12 juni 2019

Infobesitas?

Ja, echt waar, infobesitas is een ziekte. En iedereen kan het oplopen. Het komt vooral voor bij jongeren tussen 10 en 25 jaar oud. Maar ook het verstokte OR-lid is er niet van verschoond. Het is de niet-meer-gezonde-behoefte aan informatie. Of het binnen krijgen van een teveel aan informatie. Deze informatie komt via vele bronnen zoals televisie, kranten en tijdschriften. Door het internet en de sociale media, wordt de informatiestroom versterkt. De kans om de ziekte op te lopen is daardoor sterk gestegen.

Teveel aan informatie

OR’s hebben recht op informatie. Artikel 31 ev. WOR is daarin zeer helder. Vragen als: mag ik dit of dat vragen, komt veel voor. Ja, dat kan. Echt bijna alles is op te vragen. Natuurlijk moet er een reden zijn en het OR-werk gerelateerd. Maar ook daar is echt wel iets op te verzinnen. Gaat het echter om een echte vraag naar informatie of is het slechts nieuwsgierigheid? Voorkom dat het u te veel wordt. Als u al informatie opvraagt, doe er dan ook wat mee. Te veel informatie kan leiden tot dwangmatig gedrag, stress en vooral besluitenloosheid.

Symptomen

Internet en sociale media kunnen leiden tot informatiejunks. Je hoeft zelf niets meer te onthouden. Alles staat wel ergens op een digitaal medium. Dit leidt dan vervolgens tot het eindeloos, doelloos en nutteloos surfen op het internet of het bekijken van Twitter, Facebook, Instagram, LinkedIn en ga zo maar door. Of je het nou online doet of via traditionele media, bij veel OR leden is die drang voor meer informatie er ook.

Om de informatie te zoeken en te ordenen, is het essentieel te multi-tasken. De mens is er echter niet voor gemaakt om zo veel informatie te verwerken. We worden daardoor oppervlakkig, kunnen ons moeilijker concentreren. Het analyseren van informatie wordt onmogelijk en we gaan nauwelijks meer de diepte in. En aan de andere kant ontstaat stress om informatie te missen en er niet meer bij te horen.

Zo is al duidelijk dat docenten op Hogescholen, studenten niet langer dan 15 minuten plenair les kunnen geven. Daarna is de spanningsboog van een student voorbij. En hoe vaak komt het voor dat jongeren op een paar meter afstand wel een Whatsapp bericht sturen maar elkaar niet even snel aanspreken? Studieboeken worden niet meer gekocht. Echt leren hoe je een boek doorgrond of analyseert, is er niet meer bij. Leren is oppervlakkiger geworden.

Welke informatie?

In onderzoeken waarin is gekeken naar de manier waarop met informatie wordt omgegaan, wordt geconcludeerd dat het snelste nieuws het meest belangrijk is. Ook wil men het liefst veel nieuws ontvangen. Daarmee gaat kwantiteit boven kwaliteit. Natuurlijk volgt hierdoor dat het lastig is om een onderscheid te maken tussen relevant en irrelevant nieuws.

Nuancerend, een gezonde behoefte aan informatie en nieuwsgierigheid blijft natuurlijk positief.

En het OR-lid?

De OR heeft recht op informatie. Sterker nog, een groot deel van de wet is erop gebaseerd. Niet alleen moet de bestuurder zelfstandig informatie verstrekken zoals het jaarverslag, sociale informatie, informatie over statuten en juridische structuren. Ook heeft de OR actief informatierecht waarbij hij (bijna) alle informatie kan opvragen als hij dat nodig heeft voor zijn werk: het OR-werk. Artikel 31 en verder WOR gaat hier uitgebreid op in.

Oftewel, het is niet zo zeer de vraag óf je informatie krijgt, maar wannéér. En wil de bestuurder de informatie niet geven? Kort briefje en laten tekenen door een jurist, en dan komt het vanzelf (Amsterdam is niet ver weg).

Maar de bestuurder wil niet

Belangrijker is met elkaar te bespreken wat je met de informatie wilt doen. Een bestuurder die informatie niet wil geven, heeft daar een reden voor. Van niet willen betrekken, tot hardnekkig weigeren de OR serieus in te lichten. De wet geeft voldoende handvatten om de informatie op te vragen. Dus als je de informatie echt wilt hebben, moet je er gewoon om vragen. Vraag de bestuurder anders waarom hij de informatie niet wil geven. Er is namelijk altijd een oplossing voor.

Wat moet je dan met de informatie?

Dan kom je toch terug bij de kern, wat wil je weten en vooral waarom wil je dat weten? Is het nieuwsgierigheid of wil je het echt gebruiken in het OR-werk? Denk daar dan eerst over na voordat je ongenuanceerd informatie opvraagt.

Vraag ook gericht. Zo is het niet handig om te vragen naar “de cijfers van de organisatie”. Voordat je het weet, krijg je ook alles. Vraag meer precies wat je wilt weten of leg je belangrijkste vraag of zorg uit. En laat de bestuurder het opleveren in een vorm (b.v. grafieken) die voor de OR makkelijk te begrijpen en te lezen is.

Oftewel

Voorkomen is beter dan genezen. Als eerste is het belangrijk jezelf te realiseren of de informatievraag gezonde interesse is en verband houdt met het OR-werk. Daarna kan meer bewust gekeken worden naar welke informatie wordt opgevraagd. Zorg dat je vooraf helder hebt, welke informatie je wilt hebben en waarvoor je het gaat gebruiken. Stel concrete vragen.

Drs. ing. Rob Latten MBA is organisatieadviseur en al meer dan 20 jaar actief in de medezeggenschap. Zijn belangrijkste werkzaamheden zijn het doen van contra-expertises voor en het adviseren bij onder andere fusies, verkopen, overnames, samenwerkingsverbanden en reorganisaties. Zijn specialisaties liggen op het gebied van strategie en financiën. Daarnaast is hij werkzaam als lecturer op de Hogeschool Rotterdam. Rob heeft diverse publicaties en boeken op zijn naam staan.

Share on linkedin
LinkedIn
Share on twitter
Twitter
Share on facebook
Facebook
Share on whatsapp
WhatsApp

Meer artikelen

Sluit Menu

Uw Bericht is verzonden

We nemen z.s.m. contact met u op.